Over de Ruïne

Uit wikipedia

Met de Ruïne van Brederode worden de resten aangeduid van Kasteel Brederode bij Santpoort-Zuid. Het kasteel is in de tweede helft van de 13e eeuw gesticht door Willem I van Brederode (1228–1285). Deze stamt af van de heren van Teylingen, die verwant waren aan de graven van Holland. Het kasteel vormde onderdeel van de hoge heerlijkheid Brederode, waarmee de heren van Brederode in de 13e eeuw door de graaf van Holland waren beleend.

De naam Brederode verwijst naar een stuk bosgrond (Brede Roede) dat gerooid werd, waarop het kasteel is gebouwd. Eerst bestond het kasteel slechts uit een woontoren. Rond 1300 werd de toren afgebroken waarna Dirk II van Brederode een vierkant kasteel liet optrekken.

Geschiedenis
Tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten bleven de Brederodes trouw aan Margaretha van Beieren, waardoor het kasteel in 1351 drie maanden belegerd werd door de Kabeljauw-gezinde Gijsbrecht II van Nijenrode. Na de overgave was het kasteel zo zwaar beschadigd, dat het werd gesloopt.
Na de verzoening tussen de Brederodes en de graven in 1354 is het weer herbouwd. Het werd niet meer bewoond, maar bleef wel een uitvalsbasis voor de Hoeken, onder aanvoering van Willem van Brederode.
Omdat de Hoeken in 1426 Haarlem belegerden, verwoestten Kabeljauwen het zuidelijke gedeelte van het kasteel. Het werd de Brederodes verboden het kasteel te “versterken, vastmaken of te bolwerken” waardoor het niet hersteld kon worden. Uiteindelijk werd het noordelijke gedeelte in 1464 toch weer hersteld en bewoond door Yolande van Lalaing, de weduwe van Reinoud II van Brederode. Tijdens de opstand van het Kaas- en Broodvolk in 1492 werd het kasteel geplunderd door Duitse soldaten. Sindsdien werd het niet meer bewoond. In 1568 kwam het aan de Staten van Holland.
Na het verlies van de Watergeuzen in de Slag op het Haarlemmermeer moest Haarlem zich in 1573, na een beleg van 7 maanden, overgeven aan de Spaanse soldaten. Hierbij werd de protestantse Lancelot van Brederode door hen onthoofd en werd het kasteel geplunderd en in brand gestoken.
Vervolgens viel de ruïne ten prooi aan het oprukkende stuifzand van de duinen.

Misvatting: Brederode viel niet ten prooi aan oprukkende stuifzand!

De Ruïne was zelf wel bedekt met zand. Dit zand is echter (bewust) over het puin dat in de ruïne lag, aangebracht door de boeren die in de Ruïne een boerderij hadden gebouwd. Hierdoor werd het terrein in de ruïne begaanbaar. Het puin en het zand zijn verwijderd bij herstel en restauratie (vanaf ca. 1862).

De onderbouwing hiervoor is historisch te achterhalen. In 1570 huurde Willem Mathijs van de vrouw van Opdam een “bleeckhuijsken met anderhalve morgen lants bleeckerije” Deze blekerij lag ten westen van de Ruïne van Brederode. De blekerijen aan de duinrand hadden in die tijd de blekerijen met begroeiing afgeschermd tegen het stuifzand. Stuifzand zou immers grote schade aanbrengen bij het bleek-proces. In die tijd was dus ook de Ruïne van Brederode gevrijwaard van stuifzand omdat dit stuifzand, alleen vanuit het westen kon komen. Dit bleef zo in de 17de en 18de eeuw. De blekerij werd van uit de 17de eeuw gewijzigd in een zomerverblijf. Hierbij nam de begroeiing van de duinrand toe. Op een kaart uit het “Caertboek van alle landen toe behoordende het Heilig Geesthuijs tot Haarlem”, uit 1636, wordt de Ruïne aangegeven met een intact zijnde slotgracht.
Bron: Jan Morren, auteur van o.a. Kastelen en buitenplaatsen in Velsen,Velsen, 2005 en publicist voor de Historische Kring Velsen.

In 1579 kreeg een zijtak van de Brederodes de heerlijkheid weer van Holland in leen. In 1679 stierf Wolfert van Brederode (1649-1679), de laatste heer van Brederode, waarmee de ruïne weer verviel aan de Staten van Holland en daarmee aan de staat der Nederlanden.

Bij de vorming van de Bataafse Republiek in 1795 werden alle gewestelijke eigendommen genationaliseerd. Sindsdien is de ruïne dus eigendom van de Staat (nu in portefeuille van de Rijksgebouwendienst). In de 19e eeuw was de ruïne één van de eerste bouwwerken die in opdracht van de staat werden gerestaureerd (en wel op te romantische wijze) en werd het het eerste rijksmonument.

Over de Stichting Heerlijkheid-Brederode